Referenties

Wat vinden onze opdrachtgevers?

Rob Hoefnagel (Hoogheemraadschap van Delfland)

HH DelflandDelfland worstelde al enige tijd met de vraag of het huidige meetnet verder geoptimaliseerd zou kunnen worden. Door prioriteitstelling bleef dit onderwerp steeds liggen. Uiteindelijk is besloten om dit onderzoek door Ecofide te laten uitvoeren.

Delfland kende Ecofide al van een eerder onderzoek waar een zeer gedegen data analyse is uitgevoerd van een 20-jarige meetreeks aan bestrijdingsmiddelen in combinatie met macrofauna gegevens en overlevingsproeven met daphnia’s. De enorme gedrevenheid en deskundigheid waarmee dit onderzoek is uitgevoerd was voor Delfland aanleiding om Ecofide de opdracht voor meetnetoptimalisatie te gunnen.

Ook dit keer bleek het weer een prettige samenwerking op te leveren, waarbij vanuit inhoudelijke deskundigheid zinvolle suggesties werden gedaan en uiteindelijk een bruikbaar rapport werd opgeleverd. Delfland gaat het komend jaar het rapport gebruiken om te bezien waar het meetnet geoptimaliseerd kan worden.

Ciska Blom (Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden)

StichtseRijnlandenIn het beheergebied van de Stichtse Rijnlanden is vanaf 1978 macrofauna bemonsterd. Het aantal locaties is door de jaren heen uitgebreid en dit heeft uiteindelijk 933 monsters van 359 locaties opgeleverd. Met een nieuw stroomgebiedbeheerplan voor de KRW op komst, wilde de Stichtse Rijnlanden meer inzicht in sturende factoren in haar wateren met betrekking tot het ecologisch functioneren. Daarom is aan Ecofide de opdracht gegeven om meer kennis en inzicht te verkrijgen uit de macrofaunagegevens; de data was namelijk nooit eerder in zijn geheel geanalyseerd.
De keuze voor Ecofide is gebaseerd op een aantal referentie-onderzoeken bij andere waterschappen en goed verkennend gesprek waarin de mogelijkheden, maar vooral ook de onmogelijkheden zijn besproken. Het meedenken in het onderzoek was een waardevolle toevoeging.
Binnen het onderzoek is gekeken naar veranderingen in de tijd en naar stuurfactoren die zorgen voor variatie in de monsters. Locatiekenmerken, inventarisaties van waterplanten en waterkwaliteitsgegevens zijn gekoppeld aan de macrofaunagegevens. Dit was een enorme klus, gezien de beperkte beschikbaarheid van de locatiekenmerken, waarin Ecofide het nodige extra werk heeft verzet. Vervolgens zijn Twinspan en Canoco analyses uitgevoerd met de data.
Het onderzoek is naar tevredenheid afgerond en de Stichtse Rijnlanden maakt gebruik van de uitkomsten in de planvorming voor de KRW en in haar biologisch meetnet.

Roelof Veeningen (Wetterskip Fryslan)

De LeijenEcofide heeft voor ons waterschap een rapport opgesteld over de chemische toestand van de KRW waterlichamen over de periode 2011-2013. Het rapport is veel meer dan een verslag van de toetsing van de gemeten waarden aan de normen. Het bureau is goed op de hoogte van de actuele ontwikkeling bij de toetsing en de normstelling en brengt wetenschap in op plaatsen waar dat voor verduidelijking nuttig is. Zo is de tweede lijnsbeoordeling toegepast. In het rapport wordt ook de aandacht gevestigd op de mogelijke gevolgen van de aanstaande aanpassing van een aantal normen. Ecofide besteedt extra aandacht aan de (mogelijke) probleemstoffen en verkent ook wat de mogelijke oorzaak is (o.a. gehalten in effluenten). Het rapport wordt afgesloten met een degelijk advies m.b.t. de toekomstige monitoring. Het rapport is mooi vormgegeven en wel zodanig dat het leesbaar is voor betrekkelijke buitenstaanders. Over het geheel genomen: de opdrachtnemer en opdrachtgever begrepen elkaar heel goed. Het rapport was mooi op tijd klaar en we konden zorg dragen voor een verantwoorde toelichting op de chemische toestand in de KRW factsheets en in de documenten voor ons bestuur.

Charlotte Schmidt (Rijkswaterstaat)

RWS boot"Ik heb een jarenlange ervaring met de expertise van Ecofide. Het zijn echte specialisten op het gebied van verontreinigde waterbodems, bioassays en ecologische en ecotoxicologische effecten.
Naast deze inhoudelijke deskundigheid, vind ik de zorgvuldige werkwijze en prettige manier van zaken doen een groot pré. Het zijn mensen met oog voor de scope van het werk, maar ook duidelijk voor de details. Ze zijn positief kritisch, denken met je mee en je kunt altijd vertrouwen op een zeer deugdelijk en bruikbaar resultaat."



Fred de Haan (Waternet)

Sanering Vecht In opdracht van waterschap Amstel, Gooi en Vecht werkt Waternet aan het saneren van de waterbodem van de rivier Vecht in Utrecht en Noord-Holland. Een klus waar Fred de Haan, projectleider voorbereiding van de sanering bij Waternet, de ondersteuning van Ecofide bij inriep. Deskundigheid, snelheid en efficiency zijn essentieel bij deze opdracht.

Rivier de Vecht kronkelt door de provincies Utrecht en Noord-Holland. "De waterbodem van de Vecht is de afgelopen honderd jaar verontreinigd geraakt door lozingen van bedrijven en huishoudens en na jaren van onderzoek is in 2010 besloten de rivier te saneren", vertelt Fred de Haan. "Er moeten vele duizenden kubieke meters verontreinigd slib van de bodem worden weggehaald. Een enorme klus. Ecofide levert Waternet ecologisch advies, een monitoringsprogramma en een analyse van de huidige ecologische situatie van de rivier."

Fred vervolgt: "We kozen voor Ecofide vanwege de aanwezige deskundigheid en omdat de adviseurs goed kunnen schakelen tussen onderzoek dat wordt uitgevoerd bij Waternet en bij Ecofide zelf. Ook hadden we eerdere positieve ervaringen met het bureau opgedaan bij andere projecten. De aanpak van het advies is professioneel en concreet. Vooral belangrijk: alles verliep snel én dat alles keurig binnen budget." De sanering van de Vecht is nu volop aan de gang: "Eind 2014 zijn we daarmee gereed." Vijf jaar na afloop van de sanering wordt opnieuw de ecologische situatie bepaald. "We hopen dan een duidelijke verbetering waar te nemen."

Simon van der Meij (Waterschap Vallei en Veluwe)

Eerbeeksebeek"De Grift en de Eerbeekse beek zijn gegraven beken op de Veluwe. De waterbodem en oevers van deze beken zijn door historische bedrijvigheid deels ernstig verontreinigd geraakt. Waterschap Veluwe heeft Ecofide gevraagd de risico's ten gevolge van deze verontreiniging te onderzoeken en te beoordelen. Het inschatten van de humane-, ecologische- en verspreidingsrisico's was essentieel voor het bepalen van de wijze waarop het herstel van deze beken moet plaatsvinden. Kenmerkend in de werkwijze van Ecofide was de doelgerichte synthese van complexe theorie en regelgeving met veldinformatie van verschillende aard en detailniveau. De grote ervaring in het werkveld en de prettige wijze van communiceren leidde tot betrouwbare en uitvoerbare adviezen."

Mirjam Geurts-van Well (Waterschap Hollandse Delta)

riooloverstort“Het watersysteem is ecologisch gezond volgens vigerende ecologische en chemische normen”. Dit is het lange termijn doel van het waterschap Hollandse Delta voor het thema schoon water in het waterbeheerprogramma. Voor overige wateren, niet zijnde KRW-waterlichamen wordt vooralsnog STOWA-klasse III als ecologisch doel gehanteerd. Op basis daar van is de wens uitgesproken om een parameter te hebben, waarmee het overall-effect van de riolering op de waterkwaliteit meetbaar wordt. Het meten van overall-effecten van overstorten is een lastige materie. Een methodiek die toepasbaar is, is het continu meten van het zuurstofgehalte. Dit is echter een kostbare en complexe meting. Daarnaast is de vraag of hiermee alle effecten worden ondervangen. De verwachting was dat macrofauna een meer gevoelige parameter is, omdat deze naast gevoeligheid voor zuurstof ook kwetsbaarder is voor prioritaire gevaarlijke stoffen en medicijnresten. Omdat macrofauna ook een doelparameter is aan de hand waarvan WSHD beoordeelt of haar wateren aan de KRW voldoen, is het van belang te weten in hoeverre overstorten hier invloed op hebben. Dit heeft geleid tot een opdracht aan Ecofide om op basis van bestaande meetdata en gegevens van overstorten onderzoek uit te voeren. De onderzoeksvraag was "is er een relatie aantoonbaar tussen de aanwezigheid van riooloverstorten en de aanwezige macrofaunalevensgemeenschap". Bij het formuleren van de onderzoeksvraag heeft Ecofide meegedacht en blijk gegeven van haar deskundigheid . We hebben Ecofide ervaren als een betrokken en enthousiast bedrijf. De conclusies zijn helder opgeschreven en goed onderbouwd. De conclusies en aanbevelingen in dit rapport zullen door waterschap Hollandse Delta worden gebruikt om de beoordeling van de impact van overstorten op het watersysteem verder vorm te geven.

Steven Westerman (Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier)

weilanddepot“HHNK heeft diverse malen meningsverschillen gehad met aannemers die lozingsnormen voor tijdelijke baggerdepots overschreden. Dit liep op tot processen verbaal en boetes. Bij nader inzoomen hoe het toch kan dat telkens normen worden overschreden legden we de depotinrichting, depotbeheer en de normen zelf onder de loep. Hieruit bleek dat het hoog tijd werd om een overstap te maken naar nieuwe normen voor zwevende stof, passend bij de analysenorm NEN 872, en afgestemd op het werkelijke effect van verontreinigingen in het ontvangende oppervlaktewater. Na een zoektocht langs collega-waterschappen en adviesbureau's leek Ecofide het best in staat om hier een zinnig onderzoek naar in te richten. Dit is uitgevoerd gedurende geheel 2016 en bestond uit metingen aan lozingen uit 4 depots en diverse vergelijkende (duplo en triplo) analyses en berekeningen. Zo is antwoord gevonden op de vraag of de oude zwevende stof norm eigenlijk wel in een goede verhouding staat tot de werkelijk verontreinigde stoffen als olie, PAK en metalen. Ook is uitgevonden hoeveel variatie er bestaat in analyse-resultaten van zwevende stof bij verschillende labs. Dit liep op tot een factor 5. De afwijking in resultaat blijkt regelmatig groter dan de mate van normoverschrijding door de aannemer ! Bovendien is ontdekt dat andere kwaliteitsbepalende stoffen dan in het standaard waterbodem-analysepakket in het lozingswater voorkomen of via grondwater onder depots vandaan naar omliggende sloten stromen. Stoffen die de diergezondheid kunnen beinvloeden (veedrinkwater) en leven in de sloot kunnen aantasten, al bleek dit laatste zich dit weer vlot te herstellen. Het hele onderzoek was een ontdekkingstocht waar HHNK noch Jaap vooraf een draaiboek van had. Regelmatig traden wijzigingen op. Eerst in depotlocatie en lozingspunt/bezinksloot, dan in start van de lozing, kwaliteit van de bagger en eind van de lozing. Ook in monstername locaties en analysepakketten is soms gewijzigd, bijvoorbeeld op basis van de uitslag van de voorgaande analyses. Jaap en Rineke hebben hierop werkelijk formidabel flexibel ingespeeld. Door de rust te bewaren, gegevens te verzamelen en te overzien, actief contact te zoeken met alle betrokkenen (met name toezichthouders van de baggerwerken) en direct met de opdrachtgever terug te koppelen wist hij steeds tijdig de juiste monsters en analyses in te zetten en onnodige kosten te voorkomen. Het slotstuk, de rapportage, leest als een spannend boek. Het is een goed geschreven wetenschappelijke onderbouwing waarop HHNK haar lozingsnormen gaat baseren, die goed aansluiten bij de analysetechniek en variatie daarin, de kwaliteit en herkomst van de bagger, de grootte van het ontvangende water en het werkelijke effect van geloosde stoffen op flora en fauna. Wij danken Jaap en Rineke voor de prettige samenwerking, ingebrachte deskundigheid en zorgvuldigheid en frisse kijk op deze materie. Steven Westerman en collega's van Vergunningen, Handhaving, Ingenieurbureau en (depot-)Beheer."

Paul Spaan (Waterschap Vallei en Veluwe / Unie van Waterschappen)

Realengracht Amsterdam“Bij de overgang van het wettelijk kader van de waterbodems van de Wet bodembescherming naar de Waterwet zijn afspraken gemaakt over de aanpak van de verontreinigde waterbodems. Voor de Lijst C ( waterbodems die nog niet beschikt zijn in het kader van de Wbb) bestond nog geen goed beeld van de exacte omvang van verontreiniging en is ook niet voldoende in kaart gebracht om welke kosten het gaat bij de aanpak. Onderzoek is nodig geweest om deze lijst C te kunnen opstellen en deel te laten uitmaken van de saneringsopgave 2016-2020. In opdracht van de Unie van Waterschappen heeft Ecofide het proces C-wateren in milieu-hygiënisch opzicht begeleid. Jaap Postma was namens Ecofide de frontman die het proces van begin tot einde heeft begeleid. Veel van het uitvoerend werk op de 15 te onderzoeken locaties is door Ecofide verricht. Veel lof en waardering verdient de wijze waarop Ecofide de rapportages en daarop volgende conclusies heeft opgesteld. Hieruit bleek de grote kennis die Ecofide/Jaap Postma bezit op milieu-hygiënisch gebied alsmede de daarmee samenhangende complexe milieu wetgeving. Daarbij was het een plezier dat de gemaakte afspraken in de werkoverleggen stipt nagekomen werden en dat Jaap Postma open stond voor een dialoog/suggesties van de opdrachtgever en begeleidingsgroep. Zonder Ecofide/Jaap Postma was dit project niet zo’n succes geworden als dat het nu geworden is. Zowel Rijk, IPO, VNG als mede belanghebbende partijen hebben volmondig ingestemd met de gepresenteerde lijst C en de daarbij behorende rapportages zodat de weg naar uitvoering nu openstaat."

 

Rapporten

Onze rapporten zijn een belangrijk communicatiemiddel en vormen tevens een visitekaartje van Ecofide. Wij illustreren onze werkzaamheden dan ook graag door enkele van onze rapporten beschikbaar te stellen.

Ecofide (2015). Riooloverstorten en macrofauna. Een data-analyse voor gemengde stelsels. In opdracht van Waterschap Hollandse Delta. Download rapport

Ecofide (2015). Biotamonitoring binnen de KRW. De opzet van een landelijk meetnet. In opdracht van Rijkswaterstaat. Download rapport

Ecofide (2015). De chemische toestand van de waterlichamen van Wetterskip Fryslan. Toetsingen van de jaren 2011 - 2014. In opdracht van Wetterskip Fryslan. Download rapport

Ecofide (2014). Behavior as response parameter. A literature review on the relevance for population sustainability. In opdracht van National Institute for Public Health and the Environment (RIVM). Download rapport

Ecofide (2014). De chemische toestand van de waterlichamen van Wetterskip Fryslan. Toetsingen van de jaren 2011 - 2013. In opdracht van Wetterskip Fryslan.

Ecofide (2013). Stuurfactoren voor de macrofauna in De Stichtse Rijnlanden. In opdracht van Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden. Download rapport

Ecofide (2012). Macrofauna langs agroranden. Is deze KRW-maatregel effetief? In opdracht van Waterschap Hollandse Delta. Download rapport

Ecofide (2012). KRW-maatlat macrofauna voor zoet getijdenwater (R8). Hoofdrapport. Auteurs: Peeters, E.T.H.M., H.J. de Lange, M.A.A. de la Haye, A.J.G. Reeze & J.F. Postma. Download rapport

Ecofide (2012). KRW-maatlat macrofauna voor zoet getijdenwater (R8). Achtergrondrapport. Auteurs: Peeters, E.T.H.M., H.J. de Lange, M.A.A. de la Haye, A.J.G. Reeze & J.F. Postma. Download rapport

Ecofide (2011). Stuurfactoren en trends voor de macrofauna in Delfland. In opdracht van Hoogheemraadschap van Delfland. Download rapport

Ecofide (2011). Macrofauna in kleine wateren. Een nadere analyse voor Hollandse Delta. In opdracht van Waterschap Hollandse Delta. Download rapport

RIVM (2011). Evaluatie van de interim-methodiek voor het afleiden van indicatieve milieurisicogrenzen: Road-map Normstelling. Download rapport

RIVM (2011). KRW-maatlat macrofauna voor zoet getijdenwater (R8) - nadere analyses. Download rapport

Ecofide en Arcadis (2011). Optimalisatie macrofauna maatlat R8. Heranalyse met msPAF als somparameter en herziene lijst indicatorwaarden. In opdracht van Deltares en Rijkswaterstaat Waterdienst. Download rapport

Ecofide (2009). Biologische monitoring als onderdeel van een toetsingskader voor gewasbeschermingsmiddelen. In opdracht van Rijkswaterstaat Waterdienst. Download rapport

Ecofide (2008). Twee decennia monitoring van bestrijdingsmiddelen en Daphnia's. Een data-analyse voor het beheersgebied van HH Delfland. In opdracht van Rijkswaterstaat Waterdienst. Download rapport

 

Artikelen en publicaties

Postma, J. & F. Kuipers (2012). Aanleg van agroranden beschermt kwetsbare macrofaunasoorten. H2O 24: 42-44.

Posthuma, L., D. de Zwart, B. Reeze en J. Postma (2012). De ecologische betekenis van toxische druk in verontreinigde sedimenten. H2O 20: 33-35.

Leonards, P.E.G., J.F. Postma, M. Comber, G. Whale and G. Stalter (2011). Impact of biodegradation on the potential bioaccumulation and toxicity of refinery effluents. Environ. Toxicol. & Chem. 30: 2175-2183.

Dijksterhuis, J., T. van Doorn, R. Samson and J. Postma (2011). Effects of seven fungicides on non-target aquatic fungi. Water, Air, Soil Pollution. 221: 1-5.

J. Postma en J. de Koning (2010). Nog steeds effecten van insecticiden in oppervlaktewater Delfland.
H2O 43 (1): 4-5.

Onze referenties